king congres: een verslag van de dag

king congres: een verslag van de dag

26-01-2011

Bent u al een inburgerende gemeente? Hoe dient de gemeente zijn burgers optimaal? En zijn er bij u nog regels die eigenlijk wel weg zouden kunnen? Met deze en nog veel meer vragen hielden de bezoekers van het KING congres op 6 januari 2011 zich bezig tijdens lezingen en deelsessies. 

Voor wie er niet bij kon zijn, of het nog eens wil nalezen is er een uitgebreid verslag gemaakt.

Verslag van een congres met hoge opkomst

Het eerste jaarcongres van KING (Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten) 6 januari jl. stond in het teken van samenwerking tussen gemeenten. Door de dienstverlening slim te organiseren, krijgen gemeenten meer ruimte voor de complexere vragen van burgers en bedrijven, zo is de gedachte. Want alleen dan kunnen gemeenten de dienstverlening verbeteren én besparen op de kosten. 

Een gemeente die ertoe doet
 

Goede gemeentelijke dienstverlening is meer dan vriendelijk zijn aan de balie. Inspelen op de dromen en ambities van burgers en bedrijven, daar draait het om. 'Van de lokale overheid de meest nabije overheid maken, dat is de ambitie van KING.'

"Een burger die in mijn gemeente aanklopt, wordt hartstikke goed geholpen. Willen alle mensen in de zaal gaan staan, die deze stelling onderschrijven." Zo opent schrijver en journalist Frènk van der Linden het KING-congres de 'Inburgerende gemeente', 6 januari jl. in de Doelen in Rotterdam. Weinigen staan op. Maar dat geldt ook voor de tegenvraag: mensen worden in mijn gemeente niet goed geholpen. Kennelijk ligt de waarheid ergens in het midden volgens de uitpuilende zaal.

Hoge opkomst

De opkomst is met ruim 500 inschrijvingen hoog. 'We hebben zelfs mensen moeten weigeren', vertelt Tof Thissen, directeur van KING. 'Dat verklaar ik door het programma. We zijn erin geslaagd om passievolle sprekers te strikken. In combinatie met workshops over thema's die leven bij gemeenten, maakt dat het congres aantrekkelijk. Dan heb ik het over thema's als e-dienstverlening, social media, krimpende gemeenten, versterken van gemeentelijke bestuurskracht, de invoering van de bouwstenen van het NUP. En natuurlijk is het congres voor veel gemeenten een mooie gelegenheid om weer eens bij te praten en kennis uit te wisselen.' Het merendeel is ambtenaar met een hoge functie.

Burgemeesters en wethouders

Hoeveel burgemeesters zitten er in de zaal?, vraagt Van der Linden. Zo'n dertien personen staan op. En hoeveel wethouders? Dat zijn er minstens dertig. Het is het eerste congres van het kwaliteitsinstituut dat precies een jaar geleden werd opgericht door de VNG. Annemarie Jorritsma, voorzitter van de VNG en burgemeester van Almere: 'Dit is een feestelijk moment. Twee jaar geleden werd het idee geopperd van KING. Ik hoop dat dit eerste KING-congres de start is van een nieuwe traditie. Hoe kan KING gemeenten ondersteunen? Gemeenten staan voor veel uitdagingen. Bezuinigingen, decentralisatie, de AWBZ, de regelingen aan de onderkant van de samenleving. KING ondersteunt gemeenten daarbij, bij het continu verbeteren van de dienstverlening. Daarvoor beoefent KING drie takken van sport: KING ondersteunt gemeenten bij e-dienstverlening, bij leren van elkaar (onder andere door benchmarking, red.) en versterken van bestuurskracht.' Een voorbeeld daarvan is de recent ontwikkelde webtool voor een kosten-batenanalyse voor investeringen in e-dienstverlening.

Meest nabije overheid 

'Van de lokale overheid de meest nabije overheid maken, dat is KING's ambitie. Zijn de vragen van burgers en bedrijven in uw gemeente het uitgangspunt van dienstverlening? Lokale bestuurders zien zichzelf vaak niet als meer als burger, ze hebben zichzelf als het ware uitgeburgerd. Daarom is een van mijn standaardvragen: zou u door uzelf geholpen willen worden? En vandaar de titel van dit congres: de inburgerende gemeente.'

Creativiteit

Ombudsman en Volkskrant-journalist Pieter Hilhorst kan desgevraagd putten uit schrijnende voorbeelden van haperende gemeentelijke dienstverlening. Zo klopte een bijstandsmoeder bij hem aan. Zij was onder druk gezet door de gemeente, dat ze beter haar bijstandskering kon 'opzeggen'. Want: er waren signalen van fraude. Kwam haar moeder ook niet veel te vaak bij haar eten, en was daar de bijstandsuitkering niet voor bedoeld? Dus zag zij van haar uitkering af, en zat maandenlang zonder inkomen. Hilhorst: 'Soms is het ook een combinatie van onwetendheid en goede bedoelingen. Zo hoeft in een gemeente de ijscoboer geen speciale vergunningen aan te vragen. Dit met het oog op minder regels. Maar diezelfde ijscoboer viel daardoor onder de gewone winkelwet en mocht op zondag geen ijsjes verkopen.' 'Maar mensen', aldus Hilhorst, 'dat is onmacht is van eigen makelij. Neem ruimte en gebruik creativiteit om mensen te helpen.'

Jorritsma beaamt dat: 'We zijn geneigd om ons te richten op processen en systemen. Maar uiteindelijk gaat het om het contact met de mensen. Om betrokkenheid, om als gemeente te kunnen aansluiten bij de drijfveren van burgers.' Willen jullie gaan staan en tien tellen in de ogen van uw buurman of -vrouw kijken, vraagt Van der Linden daarop. Alweer staan, gniffelt de zaal. Na tien tellen: 'Dan hebben jullie elkaar nu langer aangekeken dan veel geliefden doen. Want die kijken elkaar gemiddeld 9 secondes aan per dag.' De boodschap: wanneer gemeenten hun burgers met een vraag die aandacht geven waar ze behoefte aan hebben komt, zijn we een heel eind op weg.'

Luisterend oor

Zo slecht doen gemeenten het niet, merkt Jorritsma op. Volgens waarstaatjegemeente.nl, een website die gemeenten met elkaar vergelijkt en wordt gefaciliteerd door KING, waarderen burgers hun gemeente gemiddeld met een 7,6. Maar het rapportcijfer voor 'een luisterend oor' is fors lager: 5,4. Dat rapportcijfer moet omhoog. Mijn beeld van de toekomstige gemeente: een gemeente die ertoe doet. Wij denken dat dit nu al zo is. Ja, we zijn vriendelijk aan het loket. Maar vragen we ook door?' Thissen: 'Er is nog een wereld te winnen.' Ik denk dan altijd aan mijn moeder, die op haar vijfenzeventigste nog intakes deed voor tafeltjedekje bij mensen van 68. Haar motto was: wat jij niet wil dat geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dat zou ook een mooi uitgangspunt zijn van gemeentelijke dienstverlening. We kunnen nog zoveel competities uitschrijven, van beste gemeentelijke website, beste sociale dienst. Ik weet het, het klinkt als een cliche, maar alles staat of valt met houding en gedrag.'

Het wiel

Maar ga niet allemaal zelf het wiel uitvinden, benadrukt Thissen nog maar eens. Om dat proces van 'leren van elkaar' te stimuleren reikt de KING-directeur tot slot voor de eerste maal de Best Gejat Prijs uit aan de gemeente Landgraaf. De gemeente 'jatte' (met toestemming) van de gemeente Leiden een aantal goede ideeën over het verbeteren van dienstverlening, en voerde ze allemaal in. Thissen: 'De Best Gejat Prijs staat symbool voor een goede samenwerking tussen gemeenten. Want alleen door samenwerking kunnen gemeenten de uitdagingen waar ze voor staan het hoofd bieden.'

IBM-topman Mark Cleverly: 'We shouldn't talk about e-government'

'Economische groei zal in toenemende mate afhangen van het samengaan van creativiteit, technologie en innovatie', betoogt Mark Cleverly, strategisch directeur van IBM, op het KING-congres. 'Steden concurreren met elkaar wie de meest ideale mix tot stand brengt.' Die concurrentie tussen Nederlandse steden neemt door krimp alleen maar toe.

'De maatschappij verandert', aldus Cleverly in zijn speech 'The future of e-government'. 'Er is meer informatie beschikbaar, en mensen gebruiken steeds meer apparaten om kennis te delen en met elkaar te communiceren. Gemeenten moeten een voorzieningenniveau bereiken dat tegemoetkomt aan de behoeftes en verwachtingen van een steeds beter opgeleide en diverse populatie. Digitale infrastructuren met elkaar verbinden is pure noodzaak.' Bij de lokale overheid moet het gebeuren, benadrukt Cleverly.

'Maar, we shouldn't talk about e-government', waarschuwt de IBM-topman. Waarmee hij maar wil zeggen: de e-overheid is geen doel op zichzelf, maar een middel om als stad of gemeente om te gaan met 'de nieuwe wereld'. Cleverly: 'Steden en gemeenten moeten shared services bouwen. Alles draait om creatieve innovatie. Zoals de Mississippi-bridge: digitale sensoren meten iedere minuut de temperatuur en meer. De lokale overheid weet exact wat er op de brug gebeurt. Steden met zo'n innovatieve kracht hebben aantrekkingskracht op mensen', aldus Cleverly.

Krimpende steden

En dat is voor Nederlandse gemeenten van belang. Want er is sprake van krimp, zo laat economisch onderzoeker Gerard Marlet zien in zijn workshop op het KING-congres. Marlet: 'Hoewel het CBS de prognose heeft bijgesteld, en de Nederlandse bevolking wellicht blijft groeien, krijgen veel gemeenten te maken met krimp. De stad wint van het platteland en de Randstad van de periferie. Nog niet zo lang geleden was dat wel anders. Dertig jaar geleden was er sprake van suburbanisatie. Steden zijn in de toekomst overbodig, zo leek de tensens. Door telecommunicatie zouden mensen massaal naar de provincie trekken voor een ruime woning in een groene omgeving. Er was immers geen enkele reden om in de stad hutjemutje bijelkaar te gaan zitten.'

Niets bleek minder waar. In de jaren 90 trokken mensen massaal terug naar de sta - door de econoom Glaesser 'the paradox of urbanship' genoemd. Marlet: 'Mensen wonen anno nu graag waar zij veel cultuur en een stedelijke binnenstad binnen handbereik hebben. Zelfs in een krimpscenario is er voor ieder huis in Amsterdam een bewoner; de hoofdstad een enorme aantrekkingskracht heeft op mensen tussen de 15 en 29 jaar.'Maar wat kunnen gemeenten met die wetenschap? Marlet: 'Steden zijn de motor achter Nederlandse economie. Slimme steden houden hun hoogopgeleiden vast onder het motto 'strong cities, smart people'. Bereikbaarheid van banen, een historische binnenstad en cultuur zijn factoren die die balans positief kunnen beïnvloeden.' Dat betekent ook dat de geografische ligging voor een groot deel de migratiebalans van een gemeente bepaalt. Maar het toont ook aan waar er kansen zijn voor gemeenten. Zo heeft Rotterdam een lage 'attractiewaarde', maar is deze stad in opmars door het rijke culturele aanbod. Universiteitsstad Enschede heeft daarentegen een gebrek aan voorzieningen, waardoor veel jonge mensen na hun studie de stad verlaten. Marlet: 'Een campagne van Maastricht: 'goedkoop en ruim wonen dichtbij natuur en cultuur' is in dat opzicht een geslaagde.'

"Steden motor achter economie"

Kortom, gemeenten moeten hun sterke punten uitbuiten. Bijvoorbeeld door te zorgen voor goede woningen voor hoogopgeleide tweeverdieners met kinderen. Maar vooral door hun blik te richten op de toekomst. 'Want de vraag is of de aantrekkingskracht van steden beklijft', aldus Marlet. 'Dat de sociale spanningen bijvoorbeeld dusdanig stijgen dat mensen de steden weer gaan verlaten.'  

 
 
  • Search