U bent hier

Eerste lustrumcongres KING in teken van verandering

20 januari 2015

Veranderen. Dat woord kwam vaak terug op het eerste lustrumcongres van KING van donderdag 15 januari in congrescentrum 1931 in ’s-Hertogenbosch. De maatschappij verandert in snel tempo en overheden moeten en gaan daarin mee.

De sprekers Rob van Gijzel, Jan Rotmans, Jos van der Lans, Pieter Winsemius en Nils Roemen deelden hun visie over verandering en de wegen daarnaartoe. In twee KING-gesprekken gingen Jantine Kriens, Jan Westmaas, Rob van Gijzel, Anja Pijls, Yvonne van Stiphout en Elone van Velthuijsen hierover met elkaar in gesprek.

Meerdere wegen

“Als je gelooft in een droom van een ander, kun je bergen verzetten.” Met die woorden opende Tof Thissen, algemeen directeur van KING, het congres. Volgens Thissen zijn er meerdere wegen om bij die droom uit te komen en zijn er meerdere wegen om om te zien naar elkaar. “Er zijn zoveel manieren om als gemeente je ambitie waar te maken. Om de inwoners die dat nodig hebben goede zorg te geven, om mensen met een arbeidshandicap te laten participeren en om de dienstverlening in je gemeente te organiseren. De tijd van de blauwdruk is voorbij. Meer dan ooit gebeurt het in de wijk, in de leefwereld van mensen.”  

In zijn openingswoord stond Thissen ook stil bij vijf jaar KING, een periode waarin veel is gebeurd. “Het is een tijd geweest waarin de digitalisering echt is doorgebroken. Een tijd ook waarin de ‘informatiemaatschappij’ geen loze kreet meer is. Een wethouder Sociale Zaken kan in 2015 echt niet meer denken dat ICT iets is voor een afdeling met nerds. Het raakt ook hem of haar en zijn of haar portefeuille. Om een wijkteam goed te laten functioneren of een Jeugdwet goed uit te voeren of om de raad juiste informatie te geven, om keuzes te kunnen maken, moeten gemeenten hun informatiemanagement en –beveiliging op orde hebben. Gezamenlijkheid is daarbij de rode draad”, aldus Thissen.

Om die gezamenlijkheid nog eens te benadrukken haalde hij Bas Eenhoorn (Nationaal Commissaris Digitale Overheid) en Jan Westmaas (burgemeester van Meppel en voorzitter van de VNG-commissie Dienstverlening en Informatiebeleid) op het podium. Eenhoorn liet weten dat hij als Nationaal Commissaris het mandaat heeft van alle partijen (Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen, uitvoeringsorganisaties). Ook deed hij een oproep om aan de slag te gaan met de digitale wereld “die de relatie tussen overheden onderling en overheid en bedrijfsleven en burgers verandert”. Eenhoorn gaf aan dat met alle geweld samen met gemeenten te willen doen. “Samen met de commissie D&I willen we daar een succes van maken en binnen twee jaar moet dat staan.”

‘Buitenhofdebat’

Jan Westmaas was ook een van de deelnemers aan een KING-gesprek, een plenair ‘Buitenhofdebat’, waaraan verder werd deelgenomen door Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG en Rob van Gijzel, burgemeester van Eindhoven. Gespreksleider en dagvoorzitter Marcia Luyten wilde onder meer weten hoe het drietal dacht over een door Gerard Marlet (Atlas voor Gemeenten) gemaakte kaart, waarin Nederland verdeeld is over 57 regiogemeenten; de ‘stadstaten’.

Jantine Kriens noemde het interessant dat die 57 plekken in toenemende mate overeenkomen met hoe gemeenten regionaal samenwerken, onder meer versterkt door de decentralisaties in het sociaal domein. Wat haar betreft is het niet de vraag of het stadstaten moeten worden. “De vraag is meer hoe je in die netwerken van steden elkaar gaat versterken. Dat betekent soms dat je bestuurlijk andere constructies moet maken. In Nederland hebben we bestuurlijke discussies laten stollen in lege vaten, in inhoudsloosheid. We stellen ons niet meer de vraag: wat voor samenleving willen we?”

Een voorbeeld van gemeenten die elkaar al versterken, zijn Meppel en Zwolle, zo liet Jan Westmaas weten. “Vier jaar geleden is de regio Zwolle ontstaan. Die is gebaseerd op denken zoals dat wordt weergegeven door Marlet. Hoe bewegen mensen zich, waar gaan ze naartoe, waar zijn ze op gericht, waar gaan ze wonen? De regio Zwolle heeft zich de afgelopen jaren bewezen, juist doordat wij uitgaan van de beweging van mensen. Wij volgen als overheid datgene wat ondernemers doen, wat onderwijs doet, enzovoorts.”

Ook Rob van Gijzel was het eens met Kriens, maar hij maakte zich wel druk over de vele commissies die in de afgelopen jaren zijn opgetuigd over de herinrichting van het staatsbestel. “In die commissies zie je vooral oud-bestuurders en hoogleraren en niet zij die echt in de samenleving moeten opereren. Het zou een mooie uitdaging zijn om andere partijen dan hoogleraren staatsrecht/staatsinrichting en oud-bestuurders hiernaar te laten kijken”, aldus van Gijzel, die verder kritisch was over de slagingskans van de ideeën van Marlet. “Dit kaartje krijg je er politiek nooit doorheen. De reden? De discrepantie tussen het bestuur in Nederland en datgene wat er in de realiteit gebeurt.”

Kantelen en veranderen

In de presentatie van een bevlogen Jan Rotmans draaide het volledig om de begrippen kantelen en veranderen. Rotmans, hoogleraar Transitie en Transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ging in zijn bijdrage in op de vraag hoe je de relatie tussen overheid en burger zo kunt veranderen dat die ‘vermenselijkt’.

“We krijgen een spanningsveld tussen de oude en nieuwe samenleving”, zo hield Rotmans de circa achthonderd bezoekers voor. “De oude samenleving is eigenlijk heel erg hiërarchisch, top-down, centraal aangestuurd en volkomen uit de tijd. Die nieuwe samenleving is organischer, natuurlijker en minder gemakkelijk te controleren en te beheersen. In de nieuwe samenleving staat ook de mens (weer) centraal. Niet voor niets zijn er duizenden burgerinitiatieven. Die komen voort uit frustratie, uit legitimatie, uit positieve energie. Op alle terreinen. Het zijn signalen dat de oude samenleving niet meer werkt. En wat doet de gevestigde orde? Die zegt: ach, het is gefröbel in de marge en het zal zo’n vaart niet lopen. Maar elke grote transitie begint met gefröbel in de marge!”   

Rotmans ziet twee werelden: een systeemwereld en een leefwereld. “Dat is het resultaat van 150 jaar organiseren. Bestuurders blijven maar in de systeemwereld cirkelen en die raken die leefwereld niet. De taal, beleving en ervaring is anders. En zolang wij die twee werelden niet samen laten vallen, blijven we dezelfde fouten maken.”

Tot slot had Jan Rotmans nog een paar lessen: “Veranderen gaat in fasen, segmenten. We veranderen nooit tegelijk. De echte koplopers hebben ondersteuning en rugdekking 

nodig van verbinders en die hebben weer rugdekking nodig van iemand die het georganiseerd krijgt. Ga niet zelf organiseren, doe het niet. Haal ambtenaren achter hun bureau vandaan en stuur ze de wijk in. Reken niet af op resultaat. Stop met monitoren van sociale wijkteams. Leg de lat hoog en biedt ruimte aan burgers en professionals. Durf je eigen uitgangspunten ter discussie te stellen. Alleen dan kom je verder.”

Noodzakelijkheid van de decentralisaties

‘Een denker die de straat ook heel goed kent’. Zo introduceerde Marcia Luyten publicist Jos van der Lans. In zijn bijdrage ging Van der Lans in op de noodzakelijkheid en de onvermijdelijkheid van de decentralisaties. Hij benadrukte dat er andere verhalen nodig zijn over het proces van decentralisaties. “We zouden een restart moeten maken in de verhalen die we vertellen.”  Die restart komt bijeen in Nabij is beter, een uitgave waarin Pieter Hilhorst en Jos van der Lans een drietal essays hebben gebundeld over de beloften van de decentralisaties.

Dat woorden en afspraken vaak anders zijn dan de werkelijkheid, weet ook Van der Lans. “De werkelijkheid waar we inzitten, de werkelijkheid die we willen vernieuwen, zit vol met tegenstrijdigheden. We zeggen wel dat we minder bureaucratie willen en meer ruimte voor professionals, maar tegelijkertijd willen we zoveel informatie hebben dat we eigenlijk steeds meer informatie vragen van de sociale wijkteams. Daardoor produceren we eigenlijk nieuwe bureaucratie.”

Van der Lans pleitte verder voor een nieuwe standaard. “Een standaard waarbij we elkaar kunnen ondervragen. Als we weten wat de beste oplossing is voor een probleem van mensen, of waar mensen mee naar de gemeente toe komen, dan hebben we eigenlijk als organisatoren, als bestuurders de morele plicht om alles te doen om die oplossing te realiseren. We kunnen niet wegkomen met ‘het kan niet’. Als we weten dat het niet effectief is om mensen drie jaar op te sluiten in de schulden zonder dat zij het perspectief hebben, dan hebben we de morele plicht om over de schuldhulpverlening na te gaan denken en die misschien anders te gaan organiseren en andere middelen in te zetten.”    

Overvloed

Na de uitreiking van de Best Gejat Prijs aan de gemeente Westland, was kantelen of veranderen ook het centrale thema in de bijdrage van Nils Roemen. Een bijdrage waarin aannames en vaste waardes op zijn kop werden gezet. Roemen noemt zichzelf professioneel uitprobeerder, manisch positief, denkt dat alles kan en wil graag de wereld een beetje leuker maken. “Daar heb ik mijn werk van gemaakt.”

Onlangs was Roemen op bezoek bij ‘zijn’ gemeente Nijmegen. “Na het gesprek kwam één zinnetje steeds terug dat de dame aan de andere kant van de tafel tegen mij zei: ‘dit soort initiatieven moeten eigenlijk wel vanuit burgers komen’. Maar, ik bén toch een burger?”

Roemen is er stellig van overtuigd dat we leven in een wereld waarin er niet te weinig is, maar te veel. “Het ligt alleen op de verkeerde plek onbenut te wezen. In mijn wereld is armoede geen schaarstevraagstuk, maar een logistiek probleem. Als de overvloed op de juiste manier van waarde kan zijn, is er meer dan genoeg. Een simpel voorbeeld. In Nederland hebben we 7 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte leeg staan. We hebben 18.000 daklozen. Per dakloze hebben we 388 vierkante meter over. In Utah hebben ze dat soort ruimtes gegevens aan de daklozen en aangetoond dat je hen tegen lagere kosten weer in het arbeidsproces krijgt. Dit kan nú. Als ze ook nog moeten eten? We gooien per dakloze per jaar 5777 kilo eten weg. Dat is over.”   

Roemen maakte om iedereen te laten weten dat er genoeg is en hoe makkelijk het is dit te gebruiken, het magazine Er is genoeg. Met daarbij in plaats van copyright, copyleft. Oftewel, een oproep om het magazine zoveel mogelijk te delen en te gebruiken.

Een tijdje geleden kregen ook Tweede Kamerleden lucht van de manier van denken en doen van Nils Roemen en zijn mensen. Dat leidde ertoe dat een delegatie op bezoek kwam. “Aan het eind van de dag zei een van hen: ‘weet je wat het grote verschil is hoe jullie opereren en hoe wij opereren? Jullie staan standaard op overvloed, wij staan standaard op schaarste’.

Terugblikken

Wilt u de presentaties van alle plenaire sprekers terugzien? Bekijk dan de filmpjes op het Youtubekanaal van KING. 

Digitale Agenda 2020: Roadmap

Welke wettelijke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen komen op uw gemeente af?

Bekijk het in de Roadmap.